Sabermetrics part 4


In het vierde en voorlopig voorlaatste deel van de serie Sabermetrics behandel ik ERA+, OPS+ en Clutch. Tot nu toe kwam er elke dinsdag in de maand januari een deel uit in deze serie. Vorige week werden wOBA, WE en WPA behandeld. Een overzicht van alle behandelde Sabermetrics vind je hier.

ERA+ en OPS+
Sabermetricians vinden ERA+ en OPS+ nuttiger bij het vergelijken van spelers dan het ouderwetse ERA en OPS zelf. ERA+ vergelijkt het ERA van de pitcher met het gemiddelde ERA in de league. OPS+ doet hetzelfde met het gemiddelde OPS van de league. Bovendien worden de verschillen tussen alle stadions waarin spelers spelen. Sommige stadions zijn ‘pitcher friendly’ andere stadions zijn juist ‘hitter friendly’. Coors Field staat bijvoorbeeld bekend om de ijle lucht waardoor geslagen ballen verder lijken te gaan. Het is vaak in de stats van spelers te zien dat zij in Colorado spelen. Slagmensen hebben hogere slaggemiddeldes en meer home runs en pitchers hebben hogere ERA’s. Sommige stadions zijn ook gewoon groter dan andere stadions het is moeilijker om een home run te slaan in Comerica Park dan in Yankee Stadium. Omdat deze factoren meewegen bij het berekenen van ERA+ en OPS+ kun je op een eerlijke manier spelers vergelijken.

Het league average waarmee de spelers vergeleken worden veranderd elk jaar. Door de jaren heen liggen deze gemiddeldes nu eenmaal ver uit elkaar. Rond 1900 lagen de slaggemiddeldes hoger dan ze tegenwoordig liggen, het OPS lag daarom automatisch ook hoger. In 1968 won Carl Yastrzemski de batting title met een slaggemiddelde van .301, iets wat tegenwoordig ondenkbaar is. Deze verschillen tussen tijdperken in de honkbalgeschiedenis worden met deze sabermetrics opgevangen omdat ze de spelers met het league average vergelijken.

Het gemiddelde ERA+ en OPS+ wordt aangeduid met 100. Als een speler daaronder zit, heeft hij een slecht seizoen gedraaid. Als een pitcher een ERA+ van 120 had, betekent dat dat hij het afgelopen seizoen 20% beter was dan de gemiddelde werper in dat seizoen.

Om de werking van OPS+ te illustreren, gebruik ik de volgende drie seizoenen van spelers, die we voor het gemak Speler A, B en C noemen. Welke van onderstaande seizoenen zou je op basis van deze ‘ouderwetse’ stats het beste noemen?
Speler A: .313 BA, 58 HR, 149 RBI, .425 OBP, .659 SLG.
Speler B: .317 BA, 40 HR, 110 RBI, .404 OBP, .632 SLG.
Speler C: .386 BA, 40 HR, 170 RBI, .436 OBP, .687 SLG.

Op het eerste gezicht koos ik voor het speler C. Hij sloeg weliswaar iets minder homeruns dan Speler A, maar was in alle andere stats beter. Speler B kwam bij mij op de derde plaats, maar als je het OPS+ van deze spelers uitrekent, kom je op een hele andere uitslag:
Speler A: 167
Speler B: 181
Speler C: 159

Duidelijk is dat alledrie de spelers een geweldig seizoen hadden (mimimaal 59% beter dan de gemiddelde speler), maar speler B scoorde het hoogst. Dit heeft alles te maken met het gemiddelde OPS in de league in de betreffende seizoenen. In het seizoen van Speler B waren de punten duidelijk schaarser dan in de andere twee seizoenen. Voor de duidelijkheid: deze drie spelers waren alledrie bekende Phillies in verschillende tijdperken. Speler A is Ryan Howard in 2006, Speler B is Dick Allen in 1966 en Speler C is Chuck Klein 1929.

Clutch
Iedere honkbalfan kent het woord clutch, maar wat betekent het nou precies? Een clutch hitter wordt op Wikipedia alsvolgt omschreven: “A clutch hitter is a baseball player with a knack for coming up with the “big” hit. The big hit is typically a game-deciding hit, sometimes a home run, often coming with two outs.” Clutch zijn, betekent dus dat een speler op belangrijke momenten, laat in de wedstrijd, doorkomt met een belangrijke actie waarmee hij de wedstrijd voor zijn team op positieve wijze beinvloed. Deze ‘clutchness’ kun je nu ook meten met de sabermetric Clutch, maar hoe?

Vorige week behandelde ik al WPA (Win Probability Added). WPA meet in hoeverre een speler heeft bijgedragen aan de Win Expectancy (eveneens vorige week behandeld) van zijn team. Om Clutch uit te rekenen neem je het WPA en trek je daar het WPA/LI vanaf. LI staat hierbij voor Leverage Index en meet de druk die een speler ondergaat in een bepaalde situatie. Een slagbeurt met een man op het tweede honk met twee uit in de negende inning en een 3-2 achterstand brengt natuurlijk meer druk met zich mee dan een slagbeurt met 1 uit, een loper op het eerste honk een een 6-0 voorsprong in de vierde inning. Omdat sommige spelers nu eenmaal meer in belangrijke situaties aan slag komen dan anderen kan hun WPA hoger zijn dan dat van anderen. WPA/LI wordt ook wel Context Neutral Wins genoemd en meet dus de WPA onafhankelijk van de situaties waarin de spelers aan slag kwamen. Om Clutch in een getal uit te drukken moet je dus het WPA verminderen met het WPA/LI. Als een speler dan nog een positief getal heeft, was hij in dat jaar clutch. Heeft hij een negatieve uitkomst dan was hij in het betreffende seizoen niet goed in belangrijke situaties. De meeste spelers scoren tussen de -1 en de 1, maar er zijn elk seizoen wel een paar spelers die er boven (of onder) uit steken. In 2010 was Michael Bourn het beste in ‘clutch situations’ met een score van 2.20, B.J. Upton deed het een stuk minder goed en had de slechtste score met -2.44.

Volgende week het laatste deel van deze serie over projections, stats waarmee sabermetricians voorspellen hoe spelers het komende seizoen zullen presteren.

Over sebvisser
Baseball player and bachelor in Sports Marketing. Trying to help Dutch baseball fans keep up with the news in Major League Baseball

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: