Hall of Fame ballot: Returning players


Zoals gezegd behandel ik de komende dagen alle spelers die dit jaar op de Hall of Fame ballot staan. Als eerste zijn de spelers die na vorig jaar terugkeren op de ballot op volgorde van het aantal stemmen dat zij vorig jaar ontvingen.

Bert Blyleven
Blyleven ontving vorig jaar na Andre Dawson (die als enige speler werd toegelaten tot Cooperstown in 2010) de meeste stemmen. Met 74,2% kwam hij slechts vier stemmen tekort om toegelaten te worden tot de Hall of Fame. In zijn carrière als pitcher won Blyleven 287 wedstrijden, hij gooide 242 complete games, 60 shutouts en 3701 strikeouts. De verwachting is dat hij dit jaar wel tot de Hall of Fame zal toetreden. Hier vind je meer informatie over Bert Blyleven.

Roberto Alomar
Alomar was de tweede speler op de ballot van 2010 die minder dan stemmen te kort kwam. In zijn eerste jaar op de ballot ontving hij van  73,7% van de schrijvers een stem. Ook van hem wordt verwacht dat hij dit jaar toe zal treden tot de Hall of Fame. Hij is dan ook een van de beste tweede honkmannen die ooit in de Major League speelden. Zowel verdedigend als aanvallend stak hij in zijn carrière (van 1988-2004) ver boven zijn concurrenten uit. Hij won tien Gold Gloves (geen enkele andere tweede honkman won er ooit zoveel) en hij won vier Silver Slugger Awards. Hij eindigde met een career average van precies .300, sloeg ruim 2700 hits, waarvan 210 homeruns en stal bovendien 474 honken. In zijn prime kwam hij uit voor de Toronto Blue Jays, de Baltimore Orioles (hier vormde hij een keystone met Hall of Famer Cal Ripken Jr.) en de Cleveland Indians (hier vormde hij een keystone met toekomstig Hall of Famer Omar Vizquel). In 1998 werd hij MVP van de All-Star Game.

Jack Morris
Morris staat al sinds 2000 op de ballot. De voormalige startende werper ontvangt elk jaar steeds iets meer stemmen, maar steeds niet genoeg. In zijn tiende jaar ontving hij van ruim 52% van de schrijvers een stem. Het lijkt voor hem, met het oog op pitchers die in de komende jaren op de ballot zullen komen, lastig om de Hall of Fame ooit te halen. Hij had een schitterende carriere, maar lijkt niet in het rijtje Nolan Ryan, Cy Young, Christy Mathewson en Carlton Fisk (om maar eens een paar namen te noemen) te passen. Zijn career win-loss record is 254-186 en hij eindigde met een ERA van 3.90 en bijna 2500 K’s. Hij was vijf keer All-Star, won vier World Series en werd in 1991 World Series MVP voor de Minnesota Twins. Schitterende stats, maar ze lijken net niet toereikend te zijn voor een plekje in Cooperstown. Grappig weetje over Jack Morris is dat hij het record in Opening Day Starts heeft, hij startte 14 keer de season opener voor zijn team.

Barry Larkin
Als korte stop van de Cincinnati Reds van 1986-2004 maakte Barry Larkin furore. Hij was een van de eerste korte stops die naast goede defense vooral bekend werd om zijn knuppel. Hij werd niet alleen geroemd vanwege zijn power, maar vooral vanwege zijn average en zijn geweldige discipline aan de plaat. Hij kreeg in zijn carrière 112 keer meer vier wijd dan drie slag en kreeg nooit vaker dan 70 keer drie slag in een seizoen. In 1988 kreeg hij zelfs maar 24 keer drie slag in 588 slagbeurten, het minste van alle spelers in de Major League dat jaar. Larkins beste seizoen kwam in 1995, toen hij MVP van de National League werd. Hij sloeg toen .319 en stal 59 honken, bovendien leidde hij de Reds naar de division title. In zijn enige World Series (1990) werd hij MVP door .353 te slaan en de Reds te helpen naar een ‘sweep’ tegen de Athletics. Larkin was 12 keer All-Star, won 3 Gold Gloves, 9 Silver Slugger awards en eindigde zijn carrière met slaggemiddelde van .295, 198 homeruns, 2340 hits en 279 stolen bases. In 1996 werd hij de eerste korte stop in de geschiedenis met een ’30-30 year’, een seizoen waarin hij 30 homeruns sloeg en 30 honken stal.


Lee Smith
De voormalige rechtshandige reliever Lee Smith (47,3%) lijkt een beetje een twijfelgeval voor de Hall of Fame. Zijn percentages fluctueren een beetje sinds hij in 2003 op de ballot kwam, hoger dan vorig jaar kwam hij nog niet en met nog zeven jaar te gaan, maakt hij best een behoorlijke kans. Wat tegen hem werkt is dat er slechts vijf relievers hem voor gingen naar Cooperstown. Hij pakte voor onder andere de Cubs, Red Sox en Cardinals 478 saves waarmee hij het all time record overnam van een van de Hall of Fame relievers, Dennis Eckersley. Zijn record werd echter in de afgelopen jaren verpulverd door de twee beste closers aller tijden: Trevor Hoffman en Mariano Rivera. Het is voor Smith te hopen dat hij snel verkozen wordt, want anders moet hij het in de komende jaren opnemen tegen betere pitchers.

Edgar Martinez
Over Martinez kunnen we redelijk kort zijn. Hij was jarenlang het gezicht van de Seattle Mariners en zal voorlopig de geschiedenis ingaan als de beste DH in de geschiedenis van de MLB. Hij is samen met Hall of Famers Babe Ruth, Ted Williams, Stan Musial, Rogers Hornsby en Lou Gehrig en actieve spelers Manny Ramirez en Todd Helton de enige die ooit over hun carrière meer dan 300 homeruns en 500 doubles sloegen en een slaggemiddelde van boven de .300, een on-base percentage van boven de .400 en een slugging percentage van boven de .500 hadden. Martinez is een zekerheidje voor Cooperstown. Het is alleen de vraag wanneer hij het benodigde aantal stemmen bereikt (in zijn eerste jaar kwam hij tot 36.2%).

Tim Raines
Outfielder Raines  (30,4%) gaat de geschiedenis in als een van de beste lead-offs en honkenstelers allertijden. In zijn beste jaren speelde hij voor de Montreal Expos en uiteindelijk speelde hij 23 seizoenen op het hoogste niveau. Met de Yankees won hij in 1996 en 1998 twee World Series. Raines was 7 keer All-Star en won in 1986 een Silver Slugger Award. Hij stond zoals gezegd vooral bekend om zijn snelheid, waardoor hij niet alleen veel honken kon stelen (808) maar ook erg vaak op het honk kwam (.385 OBP). Met zijn 808 stolen bases staat hij vijfde op de ranglijst allertijden, maar van die vijf – waaronder Rickey Henderson, Lou Brock en Joe Morgan – heeft hij de hoogste succes ratio. Hij was in 84,6% van zijn pogingen om een honk te stelen succesvol. Raines viel in het einde van zijn carrière nog op door bij de Baltimore Orioles samen met zijn zoon Tim Raines Jr. in het outfield te spelen, samen met Griffey Sr. & Jr. zijn zij de enige vader en zoon die ooit samen in een team speelden in de Major League.

Mark McGwire
Mark McGwire kennen we natuurlijk allemaal. Hij was het gezicht van Major League Baseball eind jaren negentig. Met groot gemak joeg hij de ballen het stadion uit en in 1998 brak hij het 37 jaar oude single season homerun record van Roger Maris. McGwire (23,7%) sloeg in dat seizoen, dat bekend staat om de homerun race tussen McGwire en Sammy Sosa, 70 homeruns. Op basis van zijn statistieken zou hij een ‘lock’ moeten zijn voor de Hall of Fame: hij sloeg in zijn 583 homeruns. Iedereen in zijn buurt staat in de Hall of Fame of zal daar waarschijnlijk ooit een plek in krijgen. Toch is het lang niet zeker dat hij Cooperstown ooit bereikt. Veel mensen zien hem als cheater, omdat hij aan de steroids zat. Sommige schrijvers zullen hem dit nooit vergeven, anderen vinden het geen criterium voor de Hall of Fame omdat het in die tijd niet verboden was. In een poging om zijn imago te zuiveren, bekende McGwire begin dit jaar gebruikt te hebben, nadat hij dit eerder in ‘Supreme Court’ onder ede ontkend had. Hij zag dat eerdere bekentenissen van A-Rod, Pettitte en Giambi positieve invloed hadden op het imago van deze spelers en hoopt waarschijnlijk op deze manier de harten van de schrijvers en fans opnieuw te veroveren.

Alan Trammell
Deze korte stop van de Detroit Tigers lijkt op basis van zijn gewone stats niet direct een zekerheidje voor de Hall of Fame. Trammell kreeg ook nooit van meer dan 22,4% van de schrijvers een stem. Als je kijkt naar de stat, die de laatste jaren steeds vaker wordt gebruikt om de waarde van een speler te bepalen, Wins Above Replacement (WAR), zie je dat hij het misschien toch verdient. WAR meet het aantal gewonnen wedstrijden dat een speler meer voor zijn team zou pakken dan zijn directe vervanger en op die manier de exacte waarde die hij voor zijn team had/heeft (WAR is een van de belangrijkste Sabermetrics statistieken, waarover ik binnenkort meer uit zal leggen in Baseball Slang Explained). Trammell heeft een career WAR van 66.8 en is hiermee de nummer 69 allertijden van de niet-pitchers. Van alle korte stops hebben alleen Hall of Famers Honus Wagner, Cal Ripken Jr., Arky Vaughan en Luke Appling (wie kent hem niet?) en toekomstige Hall of Famers Barry Larkin, Alex Rodriguez en Derek Jeter een hoger WAR. Het lijkt er echter op dat Trammell niet door de schrijvers Cooperstown in zal worden gestemd. Misschien ooit door het Veterans Committee.

Fred McGriff
McGriff ontving in 2010 van 21.5% van de schrijvers een stem in zijn eerste jaar op de ballot. McGriff was een van de beste power hitters in het tijdperk vlak voor de steroids. Hij brak door bij de Toronto Blue Jays in 1987 en sloeg in zijn eerste zeven volledige jaren meer dan 30 homeruns, slechts 15 spelers wisten dit meer dan 7 jaar achter elkaar te doen. McGriff was vijf keer All-Star en won drie Silver Slugger Awards en won in 1995 met de Braves World Series. Dankzij blessures kwam de eerste honkman niet tot 500 homeruns en moest hij op 41-jarige leeftijd stoppen. Hij eindigde zijn carriere met 493 homeruns en 1550 RBIs. Samen met Gary Sheffield is hij de enige speler in de MLB die ooit voor vijf verschillende teams meer dan 30 homeruns in een seizoen sloeg.

Don Mattingly
De huidige manager van de Los Angeles Dodgers was gedurende de magere jaren tachtig en begin jaren negentig het gezicht van de New York Yankees. ‘Donnie Baseball’ stal de harten van de fans in New York dankzij zijn goede mentaliteit en zijn leiderschap. Mattingly (16,1%) was 6 keer All-Star, won 9 Gold Gloves op het eerste honk en werd in 1985 MVP in de American League. Vier jaar lang, tussen 1984 en 1987, was Mattingly misschien wel de beste slagman in de Majors. Blessures zorgden er helaas voor dat hij zijn carrière vroegtijdig moest beëindigen in 1995, vlak voordat de Yankees hun suprematie begonnen. Mattingly zou wel eens een van de beste spelers kunnen worden die nooit de Hall of Fame bereikt.

Dave Parker
Voor deze corner outfielder is het de voorlaatste kans om de Hall of Fame te bereiken. Parker (15,2%) werd eind jaren zeventig als een van de beste slagmensen in de league beschouwd. Hij was 7 keer All-Star, won 2 keer de World Series (met de Pirates en A’s), 3 Gold Gloves, 3 Silver Slugger Awards, twee batting titles en hij werd in 1978 MVP in de National League. Toch lijkt hij een ‘long shot’ op basis van zijn career stats. Het is in zijn voordeel dat vergelijkbare spelers, Andre Dawson en Jim Rice, de afgelopen jaren de Hall of Fame ingestemd werden, maar de kans lijkt klein dat Parker de komende twee jaar 60% extra krijgt.

Dale Murphy
Murphy, een outfielder en eerste honkman, kwam in zijn carrière uit voor drie teams, maar wordt voornamelijk herinnerd aan zijn tijd bij de Atlanta Braves. Begin jaren tachtig was hij een van de beste spelers in de MLB. Hij kwam uit in zeven All-Star Games, won 5 Gold Gloves en 4 Silver Slugger Awards achter elkaar en was in zowel 1982 als 1983 de NL MVP. Voor hem lijkt alleen hetzelfde te gelden als voor mannen als Morris en Parker. De spelers die in de jaren negentig uitkwamen hebben in vergelijking betere career stats en krijgen daarom meer stemmen.

Harold Baines
Baines (6,1%) kwam in zijn loopbaan voor veel verschillende teams uit, maar hij sloot af bij het team waar het allemaal begon: de Chicago White Sox. Hij leek na zijn debuut in 1980 op weg naar de Hall of Fame, maar een reeks knieblessures eindigde in 1986 zijn loopbaan als veldspeler. Hij kwam in de jaren daarna voornamelijk uit als DH, een positie waarvoor je van extreme klasse moet zijn als je in de Hall of Fame opgenomen wilt worden. Baines speelde weliswaar in zes All-Star Games en won bovendien een keer de Silver Slugger Award, maar zijn career stats (.289 AVG, 2866 hits, 384 homeruns en 1628 RBIs) lijken niet toereikend. Toch vinden we hem terug in het museum van de Hall of Fame, waar de knuppel ligt waarmee hij via een homerun de langste wedstrijd ooit beëindigde. De wedstrijd (White Sox-Brewers) duurde 25 innings en maarliefst acht uur en zes minuten en werd over twee avonden gespeeld.

Morgen de nieuwe gezichten op de ballot van dit jaar. Laat weten wie jij graag in de Hall of Fame ziet via de poll in de sidebar, rechts naast deze post.

Over sebvisser
Baseball player and bachelor in Sports Marketing. Trying to help Dutch baseball fans keep up with the news in Major League Baseball

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: