Hall of Fame ballot: Returning players


Net als vorig jaar begin ik de serie over de spelers op de Hall of Fame ballot met de terugkerende spelers. Deze spelers kregen vorig jaar allemaal minstens 5% van de stemmen en mochten daarom terugkeren op de ballot van dit jaar. Later volgen de nieuwkomers. Ik heb deze spelers ingedeeld op het percentage van stemmen dat zij kregen (van hoog naar laag).

Barry Larkin
Als korte stop van de Cincinnati Reds maakte Barry Larkin tussen 1986 en 2004 furore. Hij was één van de eerste korte stops die naast goede defense vooral bekend werd om zijn knuppel. Hij werd niet alleen geroemd vanwege zijn power, maar vooral vanwege zijn average en zijn geweldige discipline aan de plaat. Hij kreeg in zijn carrière 112 keer meer vier wijd dan drie slag en kreeg nooit vaker dan 70 keer drie slag in een seizoen. In 1988 kreeg hij zelfs maar 24 keer drie slag in 588 slagbeurten, het minste van alle spelers in de Major League dat jaar. Larkins beste seizoen kwam in 1995, toen hij MVP van de National League werd. Hij sloeg toen .319 en stal 59 honken, bovendien leidde hij de Reds naar de division title. In zijn enige World Series (1990) werd hij MVP door .353 te slaan en de Reds te helpen naar een ‘sweep’ tegen de Athletics. Larkin was 12 keer All-Star, won 3 Gold Gloves, 9 Silver Slugger awards en eindigde zijn carrière met slaggemiddelde van .295, 198 homeruns, 2340 hits en 279 stolen bases. In 1996 werd hij de eerste korte stop in de geschiedenis met een ’30-30 year’, een seizoen waarin hij 30 homeruns sloeg en 30 honken stal. Vorig jaar ontving hij van 62.1% van de schrijvers een stem en dit jaar lijkt hij de grote favoriet voor verkiezing tot de Hall of Fame.

Jack Morris
Morris staat al sinds 1999 op de ballot. De voormalige startende werper ontvangt elk jaar steeds iets meer stemmen, maar steeds niet genoeg. In zijn tiende jaar ontving hij van ruim 52% van de schrijvers een stem en vorig jaar steeg hij slechts 1%. Het lijkt voor hem, met het oog op pitchers die in de komende jaren op de ballot zullen komen (Clemens, Maddux, Glavine, Mussina, Johnson, etc.), lastig om de Hall of Fame ooit te halen. Hij had een schitterende carriere, maar lijkt niet in het rijtje Nolan Ryan, Cy Young, Christy Mathewson en Steve Carlton (om maar eens een paar namen te noemen) te passen. Zijn career win-loss record is 254-186 en hij eindigde met een ERA van 3.90 en bijna 2500 K’s. Hij was vijf keer All-Star, won vier World Series en werd in 1991 World Series MVP voor de Minnesota Twins. Schitterende stats, maar ze lijken net niet toereikend te zijn voor een plekje in Cooperstown. Het enige wat voor Morris spreekt op dit moment is dat vorig jaar Bert Blyleven, met enigszins vergelijkbare stats wel in de Hall of Fame gestemd werd. Als hij nog een kans heeft, met het oog op de eerdergenoemde pitchers die de komende jaren op de ballot zullen verschijnen, is het dit jaar. Er zitten tussen de nieuwkomers namelijk nog geen grote pitchers. Grappig weetje over Jack Morris is dat hij het record in Opening Day Starts heeft, hij startte 14 keer de season opener voor zijn team.


Lee Smith
De voormalige rechtshandige reliever Lee Smith lijkt een beetje een twijfelgeval voor de Hall of Fame. Zijn percentages fluctueren een beetje sinds hij in 2003 op de ballot kwam, vorig jaar zakte hij weer naar 45%, maar met nog zeven jaar te gaan, maakt hij best een behoorlijke kans. Wat tegen hem werkt is dat er slechts vijf relievers hem voor gingen naar Cooperstown. Hij pakte voor onder andere de Cubs, Red Sox en Cardinals 478 saves waarmee hij het all time record overnam van een van de Hall of Fame relievers, Dennis Eckersley. Zijn record werd echter in de afgelopen jaren verpulverd door de twee beste closers aller tijden: Trevor Hoffman en Mariano Rivera. Het is voor Smith te hopen dat hij snel verkozen wordt, want anders moet hij het in de komende jaren, net als Morris, opnemen tegen betere pitchers.

Jeff Bagwell
Als je aan Jeff Bagwell denkt, denk je meteen aan de Houston Astros en zijn aparte batting stance. Hij was samen met teamgenoot Craig Biggio in de jaren negentig en aan het begin van deze eeuw het gezicht van de Houston Astros. Bagwell wordt geroemd vanwege zijn slagkracht, maar ook vanwege zijn honklopen. Hij sloeg in zijn loopbaan 449 homeruns, 2314 hits en had een average van .297. Normaal gesproken niet direct goed genoeg voor de Hall of Fame. Maar Jeff Bagwell was in zijn tijd de beste eerste honkman in de Major League en dat weegt zwaar voor veel schrijvers. Bagwell werd in 1991 Rookie of the Year in de National League en werd drie jaar later al MVP. 1994 was dan ook zijn beste seizoen: in het seizoen dat ingekort werd vanwege de staking van de spelers sloeg hij .368 met 39 homeruns in slechts 400 slagbeurten. In de jaren (1991-2005) waarin Bagwell uitkwam in de Major League was hij tweede in RBIs, derde in runs, hits en walks en vijfde in homeruns. Hij is een van slechts twaalf spelers ooit met meer dan 400 homeruns en meer dan 200 gestolen honken. Bagwell lijkt een ‘shoo-in’ voor de Hall of Fame en kreeg vorig jaar, in zijn eerste jaar op de ballot, al van 41.7% van de schrijvers een stem.

Tim Raines
Outfielder Raines  (37,5%) gaat de geschiedenis in als een van de beste lead-offs en honkenstelers allertijden. In zijn beste jaren speelde hij voor de Montreal Expos en uiteindelijk speelde hij 23 seizoenen op het hoogste niveau. Met de Yankees won hij in 1996 en 1998 twee World Series. Raines was 7 keer All-Star en won in 1986 een Silver Slugger Award. Hij stond zoals gezegd vooral bekend om zijn snelheid, waardoor hij niet alleen veel honken kon stelen (808) maar ook erg vaak op het honk kwam (.385 OBP). Met zijn 808 stolen bases staat hij vijfde op de ranglijst allertijden, maar van die vijf – waaronder Rickey Henderson, Lou Brock en Joe Morgan – heeft hij de hoogste succes ratio. Hij was in 84,6% van zijn pogingen om een honk te stelen succesvol. Raines viel in het einde van zijn carrière nog op door bij de Baltimore Orioles samen met zijn zoon Tim Raines Jr. in het outfield te spelen, samen met Griffey Sr. & Jr. zijn zij de enige vader en zoon die ooit samen in een team speelden in de Major League.

Edgar Martinez
Over Martinez kunnen we redelijk kort zijn. Hij was jarenlang het gezicht van de Seattle Mariners en zal voorlopig de geschiedenis ingaan als de beste DH ooit in de MLB. Hij is samen met Hall of Famers Babe Ruth, Ted Williams, Stan Musial, Rogers Hornsby en Lou Gehrig en actieve spelers Manny Ramirez en Todd Helton de enige die ooit over hun carrière meer dan 300 homeruns en 500 doubles sloegen en een slaggemiddelde van boven de .300, een on-base percentage van boven de .400 en een slugging percentage van boven de .500 hadden. Martinez is een zekerheidje voor Cooperstown. Het is alleen de vraag wanneer hij het benodigde aantal stemmen bereikt. In zijn eerste jaar kwam hij tot 36.2%, maar vorig jaar zakte het percentage op onbegrijpelijke manier naar 32,9%.

Alan Trammell
Deze korte stop van de Detroit Tigers lijkt op basis van zijn gewone stats niet direct een zekerheidje voor de Hall of Fame. Trammell kreeg ook nooit van meer dan 24,3% van de schrijvers een stem. Als je kijkt naar de stat, die de laatste jaren steeds vaker wordt gebruikt om de waarde van een speler te bepalen, Wins Above Replacement (WAR), zie je dat hij het misschien toch verdient. WAR meet het aantal gewonnen wedstrijden dat een speler meer voor zijn team zou pakken dan zijn directe vervanger en op die manier de exacte waarde die hij voor zijn team had/heeft. Trammell heeft een career WAR van 66.8 en is hiermee de nummer 69 allertijden van de niet-pitchers. Van alle korte stops hebben alleen Hall of Famers Honus Wagner, Cal Ripken Jr., Arky Vaughan en Luke Appling (wie kent hem niet?) en toekomstige Hall of Famers Barry Larkin, Alex Rodriguez en Derek Jeter een hoger WAR. Het lijkt er echter op dat Trammell niet door de schrijvers Cooperstown in zal worden gestemd. Misschien ooit door het Veterans Committee zoals Ron Santo een aantal weken geleden.

Larry Walker
Walker speelde in zijn carrière voor de Expos, de Rockies en de Cardinals. Larry Walkers career stats zijn: .313 AVG met 383 homeruns en 1311 RBIs. Hij was 5 keer All-Star, won 7 Gold Gloves en 3 Silver Slugger Awards. Walker floreerde in het hooggelegen Colorado en werd in 1997 MVP in de National League. Hij sloeg dat jaar .379 met 37 homeruns en 115 RBIs. Walker won bovendien naast dit seizoen nog twee keer de batting title in de NL. Zijn career slugging percentage was .566 en zijn on-base percentage .400. Hele mooie stats, die hem zeker een kans geven om Cooperstown te bereiken. Een belangrijke bedreiging voor zijn verkiezing in het feit dat er veel schrijvers zijn die vinden dat hij heel veel profijt heeft gehad van de omstandigheden in Colorado, waar de ballen door de ijle lucht net even wat verder lijken te vliegen. In zijn eerste jaar op de ballot behaalde hij 20.3%.


Mark McGwire
Mark McGwire kennen we natuurlijk allemaal. Hij was het gezicht van Major League Baseball eind jaren negentig. Met groot gemak joeg hij de ballen het stadion uit en in 1998 brak hij het 37 jaar oude single season homerun record van Roger Maris. McGwire sloeg in dat seizoen, dat bekend staat om de homerun race tussen McGwire en Sammy Sosa, 70 homeruns. Op basis van zijn statistieken zou hij een ‘lock’ moeten zijn voor de Hall of Fame: hij sloeg in zijn 583 homeruns. Iedereen in zijn buurt staat in de Hall of Fame of zal daar waarschijnlijk ooit een plek in krijgen. Toch is het lang niet zeker dat hij Cooperstown ooit bereikt. Veel mensen zien hem als cheater, omdat hij aan de steroids zat. Sommige schrijvers zullen hem dit nooit vergeven, anderen vinden het geen criterium voor de Hall of Fame omdat het in die tijd niet verboden was. In een poging om zijn imago te zuiveren, bekende McGwire begin vorig jaar tijdens zijn loopbaan gebruikt te hebben, nadat hij dit eerder in ‘Supreme Court’ onder ede ontkend had. Hij zag dat eerdere bekentenissen van A-Rod, Pettitte en Giambi positieve invloed hadden op het imago van deze spelers en hoopt waarschijnlijk op deze manier de harten van de schrijvers en fans opnieuw te veroveren. Voorlopig lukt het nog niet erg, hij bleef vorig jaar rond de 20% hangen.

Fred McGriff
McGriff ontving in 2010 van 21.5% van de schrijvers een stem in zijn eerste jaar op de ballot, maar zakte vorig jaar al naar 17.9%. McGriff was één van de beste power hitters in het tijdperk vlak voor de steroids. Hij brak door bij de Toronto Blue Jays in 1987 en sloeg in zijn eerste zeven volledige jaren meer dan 30 homeruns, slechts 15 spelers wisten dit meer dan 7 jaar achter elkaar te doen. McGriff was vijf keer All-Star en won drie Silver Slugger Awards en won in 1995 met de Braves World Series. Dankzij blessures kwam de eerste honkman niet tot 500 homeruns en moest hij op 41-jarige leeftijd stoppen. Hij eindigde zijn carriere met 493 homeruns en 1550 RBIs. Samen met Gary Sheffield is hij de enige speler in de MLB die ooit voor vijf verschillende teams meer dan 30 homeruns in een seizoen sloeg.

Don Mattingly
De huidige manager van de Los Angeles Dodgers was gedurende de magere jaren tachtig en begin jaren negentig het gezicht van de New York Yankees. ‘Donnie Baseball’ stal de harten van de fans in New York dankzij zijn goede mentaliteit en zijn leiderschap. Mattingly was 6 keer All-Star, won 9 Gold Gloves op het eerste honk en werd in 1985 MVP in de American League. Vier jaar lang, tussen 1984 en 1987, was Mattingly misschien wel de beste slagman in de Majors. Blessures zorgden er helaas voor dat hij zijn carrière vroegtijdig moest beëindigen in 1995, vlak voordat de Yankees hun suprematie begonnen. Mattingly zou wel eens een van de beste spelers kunnen worden die nooit de Hall of Fame bereikt. Hij staat namelijk voor de twaalfde keer op de ballot en zakte vorig jaar van 16 naar 13.6%.

Dale Murphy
Murphy, een outfielder en eerste honkman, kwam in zijn carrière uit voor drie teams, maar wordt voornamelijk herinnerd aan zijn tijd bij de Atlanta Braves. Begin jaren tachtig was hij een van de beste spelers in de MLB. Hij kwam uit in zeven All-Star Games, won 5 Gold Gloves en 4 Silver Slugger Awards achter elkaar en was in zowel 1982 als 1983 de NL MVP. Hij heeft alleen de pech dat er na hem, in de jaren negentig, veel betere spelers volgden. De spelers die in de jaren negentig uitkwamen hebben in vergelijking betere career stats en krijgen daarom meer stemmen. In zijn dertiende jaar op de ballot haalde hij slechts 12.6% dus zijn vooruitzichten zijn niet positief.

Rafael Palmeiro
Rafael Palmeiro is iemand die op basis van zijn career stats zeker een plaats in de Hall of Fame verdient. De geboren Cubaan speelde in zijn carrière voor de Cubs, de Rangers (2x) en de Orioles (2x). Hij is één van vier spelers die ooit 3000 hits en 500 homeruns sloegen (3020 en 569), de andere drie zijn bekende Hall of Famers Hank Aaron, Willie Mays en Eddie Murray. Als dit nog niet genoeg zegt: hij scoorde ook 1663 runs en sloeg 1835 punten binnen (15e all time). Maar, en dit is een grote maar, zijn naam kwam voor in het Mitchell Report. Hij wordt ervan verdacht steroids gebruikt te hebben. Net als McGwire verklaarde hij voor de Supreme Court dat hij dit niet gedaan had. Waar McGwire dit jaar echter toegaf, blijft Palmeiro in alle toonaarden ontkennen. Er is een splitsing zichtbaar tussen schrijvers die vinden dat ze er zijn om op de statistieken af te gaan en er zijn schrijvers die vinden dat Palmeiro en McGwire ‘cheaters’ zijn. Het is voor beiden voorlopig de vraag of de eerste groep in de komende jaren groter wordt, zodat hun kansen op de Hall of Fame stijgen. Dit jaar zullen beiden in elk geval nog niet Cooperstown ingestemd worden, maar Palmeiro overleefde zijn eerste jaar op de ballot wel met 11%.

Juan Gonzalez
Gonzalez was één van de vele krachtige outfielders in de jaren negentig en is de laatste overblijver van de ballot van vorig jaar, zij het nipt met 5.2%. Op het eerste gezicht lijkt hij een goede kans te maken op de Hall of Fame. Hij werd immers twee keer MVP en was nog twee andere jaren league leader in homeruns. Hij sloeg in zes seizoenen 40 of meer homeruns en sloeg een keer 39 homeruns, hij kwam uiteindelijk uit op 434 homeruns (37e aller tijden). Zijn career average is .295 en hij sloeg 1404 punten binnen. Als je verder kijkt dan alleen de nummers snap je waarom het niet zeker is dat hij de Hall of Fame zal halen. Zijn twee MVP titels zijn twee van de meest discutabele ooit: in beide gevallen waren veel mensen het erover eens dat er meerdere betere keuzes waren. Bovendien werd Gonzalez door José Canseco in verband gebracht met steroids. Canseco zou ze zelfs zelf toegediend hebben bij ‘Gonzo’. Ook bij hem is het dus nog maar de vraag of hij dit jaar weer genoeg stemmen krijgt om op de ballot te blijven, laat staan of hij de mogelijkheid krijgt om ooit de Hall of Fame te bereiken.

Dit zijn alle spelers die terugkeren op de ballot dit jaar. Baseball Reference, net als Fangraphs een must-see voor de echte honkballiefhebber, heeft van de lijst met spelers de career WAR onder elkaar gezet. Jeff Bagwell (79.9), Barry Larkin (68.9) en Larry Walker (67.3) vormen de top-3. Verder heeft de site nog twee statistieken tot leven geroepen die betrekking hebben tot de Hall of Fame verkiezing. HOFm (Hall of Fame Monitor) is de eerste en wordt op een hele speciale manier berekend. Voor zowel aanvallende als verdedigende statistieken heeft de oer-Sabermetrician Bill James een standaard opgesteld. Voor honkslagen is dat bijvoorbeeld 1500 en voor elke 150 honkslagen die een speler in zijn loopbaan meer slaat dan deze 1500 krijgt hij een punt (met een maximum van 10). Voor elke 200 home runs krijgt een speler ook weer een punt. De volledige lijst met punten vind je hier. Het aantal punten dat een speler verdient, meet de waarschijnlijkheid waarmee hij de Hall of Fame zal bereiken. Scoort een speler boven de 100 punten dan maakt hij een goede kans, onder de 100 is de kans klein dat hij het haalt. Van bovengenoemde spelers zijn Rafael Palmeiro (178), Mark McGwire (170) en Jeff Bagwell (150) volgens deze stat de meest waarschijnlijke nieuwe Hall of Famers. De stat houdt uiteraard geen rekening met vermeend dopinggebruik.

Ten slotte is er nog HOFs (Hall of Fame Career Standards). Deze statistiek brengt de statistieken van spelers op de ballot in vergelijking met die van de spelers die al tot Cooperstown doorgedrongen zijn. Bij een score van 50 zijn de statistieken van een speler vergelijkbaar met die van de gemiddelde huidige Hall-of-Famer. In deze jaargang zijn Jeff Bagwell (59), Larry Walker (58) en Rafael Palmeiro (57) de toppers. Op basis van de statistieken mogen we dus zeggen dat Jeff Bagwell, die nog niet voorkwam in welke steroid-geruchten dan ook, de meest verdienende speler van deze ballot is voor een Hall of Fame verkiezing.

Tot zover de terugkerende spelers op de ballot. Later volgen de nieuwkomers!

Hier nog een grappig filmpje over Jeff Bagwell:

Over sebvisser
Baseball player and bachelor in Sports Marketing. Trying to help Dutch baseball fans keep up with the news in Major League Baseball

3 Responses to Hall of Fame ballot: Returning players

  1. Stefan Slinger zegt:

    “Het enige wat voor Morris spreekt op dit moment is dat vorig jaar Bert Blyleven, met enigszins vergelijkbare stats wel in de Hall of Fame gestemd werd.”

    Vergelijkbare stats, is dat nou wel zo? Op Baseball Reference (http://www.baseball-reference.com/players/m/morrija02.shtml) staat Bert niet in de top 10 van meest vergelijkbare spelers volgens de Similarity Scores methode (zie de explanation op BR of nog beter, lees Whatever Happened To The Hall Of Fame van Bill James). Enig telraamwerk leert dat de similarity score tussen Jack en Bert 760 is, aan de onderkant van ‘vaguely similar’.

    Jack kan z’n geld beter zetten op z’n vergelijkbaarheid met Bob Gibson (885, HOF’er na 1x op de ballot) en proberen te verbergen dat ie ook lijkt op Jamie Moyer (873, Moyer for the Hall of Fame, anyone?).

    Als we naar WAR kijken lijkt Morris (39.3) meer op Jamie (47.3) dan op Bert (90.1) of Bob (85.6 + 6.2 als slagman).

  2. sebvisser zegt:

    Klopt helemaal! Hij wordt alleen vaak vergeleken met Bert vanwege zijn win-loss record (geen 300 wins, toch HoF) en andere er nauwelijks toedoende statistieken. Althans voor ons nauwelijk toedoende, want veel schrijvers hanteren nog altijd Wins en RBIs als meetlat.

    Jij hebt overigens nog een prijs te goed! Die komt eraan, nog even geduld ;)

  3. Pingback: Hall of Fame ballot: First year candidates « All Bases Covered

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

%d bloggers like this: