30 teams in 30 days: Boston Red Sox

De Red Sox zijn het tweede team in de American League East en behoren de afgelopen tien jaar steevast tot de beste teams in de MLB. In 2004 rekenden de Red Sox eindelijk af met de ‘Curse of the Bambino’ en wonnen zij voor het eerst in 86 jaar de World Series. Drie jaar later versloegen zij in de World Series de Rockies en pakten ze opnieuw de titel. In de jaren daarna bleken de Tampa Bay Rays (ALCS in 2008) en de Los Angeles Angels (ALDS in 2009) te sterk en werden de Sox uitgeschakeld in de playoffs.

2010: Tegenvaller
Met de toevoegingen van Adrian Beltre, John Lackey, Mike Cameron en Marco Scutaro leken de Red Sox op voorhand bijna een zekerheidje voor de playoffs, maar de Sox eindigden met een record van 89-73 op de derde plaats in de AL East achter de Rays en de Yankees. Blessures gooiden roet in het eten van de Red Sox. Dustin Pedroia, Kevin Youkilis, Josh Beckett, Daisuke Matsuzaka en Jacoby Ellbury misten allemaal een groot deel van het seizoen met verschillende kwetsuren.

De slagploeg deed het goed in 2010 met een slaggemiddelde van .268 (6e in de AL), 818 runs (2e), 211 home runs (2e) en 1511 hits (5e).  De slagmensen kregen 1140 keer drie slag en 587 keer vier wijd. Het probleem zat hem vorig seizoen in de pitching. Blessures en slechte vorm zorgden voor een tegenvallend seizoen met een team ERA van 4.20 (9e). De pitchers gooiden weliswaar de meeste strikeouts in de AL (1207), maar gaven ook de meeste vrije lopen weg (580).

Jon Lester, Clay Buchholz en Adrian Beltre waren de beste spelers in ‘Beantown’ in 2010. Lester en Buchholz waren de benjamins in de starting rotation, maar deden het beter dan veteranen Beckett, Lackey en Matsuzaka. Lester ging 19-9 met een ERA van 3.25 en 225 K’s in 208 innings en Buchholz ging 17-7 met een ERA van 2.33. Beltre was de beste slagman in Boston met een average van .321, 28 home runs en 102 RBIs.

Josh Beckett, op papier de ace van de Sox, was de grote tegenvaller in 2010. Hij was een groot deel van het seizoen geblesseerd, maar in de 127 innings, die hij gooide terwijl hij fit was, kwam hij tot een teleurstellend ERA van 5.78. Hij eindigde het seizoen met een record van 6-6.

2011: Topfavoriet?
De Red Sox verloren twee belangrijke spelers deze winter. Adrian Beltre vertrok naar de Rangers en Victor Martinez speelt volgend seizoen voor de Detroit Tigers. Om dit vertrek op te vangen trok GM Theo Epstein eerst via een trade eerste honkman Adrian Gonzalez aan. Vijf dagen later werd een andere superster aangetrokken. Carl Crawford is volgend jaar de linksvelder van de Red Sox. Tenslotte werd de bullpen nog versterkt met Bobby Jenks en Dan Wheeler. Met deze versterkingen zien de Red Sox er voor 2011 een stuk sterker uit.

De starting rotation blijft ongewijzigd: Jon Lester, Clay Buchholz, Josh Beckett, John Lackey en Daisuke Matsuzaka. Tim Wakefield krijgt waarschijnlijk een rol als long reliever en zal bij blessures ook een aantal starts pakken. In de bullpen blijft Papelbon de closer, hoewel er geruchten zijn dat de Red Sox hem nog voor, of anders tijdens het seizoen willen traden. Ze hebben in de bullpen namelijk de talentvolle Daniel Bard en voormalig closer van de White Sox Bobby Jenks, die Papelbon als closer zouden kunnen vervangen. Dan Wheeler en Hideki Okajima completeren de pitching staff van de Sox.

In het infield verandert het een en ander. Adrian Gonzalez is de nieuwe eerste honkman. Kevin Youkilis, die vorig jaar op het eerste honk speelde, is in 2011 de derde honkman. Dustin Pedroia en Marco Scutaro vormen de keystone. Jed Lowrie is de back-up infielder. Jarrod Saltalamacchia en Jason Varitek zullen de speeltijd op de catcherpositie verdelen. Het outfield wordt gevormd door Carl Crawford (LF), Jacoby Ellsbury (CF) en J.D. Drew (RF). Mike Cameron is de vierde outfielder en David ‘Big Papi’ Ortiz is uiteraard de DH. De volledige depth chart van de Red Sox vind je hier.

De Red Sox zien er dus erg sterk uit voor 2011. Toch zijn er vraagtekens: Kunnen Beckett en Matsuzaka zich herpakken? Blijven Youkilis, Pedroia en Ellsbury fit? Wat mogen we verwachten van catchers Saltalamacchia en Varitek? In elk geval zorgt de komst van Adrian Gonzalez en Carl Crawford ervoor dat de Red Sox een van de sterkste (en snelste) slagploegen in de Major League heeft. Met het toevoegen van Jenks en Wheeler aan de bullpen wordt een van de zwakste punten van vorig jaar versterkt. Al met al hebben de Red Sox zich versterkt in een division waarin de Yankees en Rays er op het eerste oog minder sterk uitzien dan vorig seizoen. Laat via de poll weten wat jij van de Red Sox verwacht.

30 teams in 30 days: Baltimore Orioles [UPDATE]

Met de Giants sloten we gisteren de National League af. We gaan verder met de AL en beginnen met de Eastern division. Het eerste team in de AL East is Baltimore. De Orioles moeten al jaren opboksen tegen de rijkere en sterkere Yankees en Red Sox en sinds kort behoren ook de Rays tot de elite van de AL East. De Orioles wonnen voor het laatst de World Series in 1983. Een periode waarin de Yankees en de Red Sox niet sterk waren en in Baltimore een mooie generatie spelers aan het werk was met als kopstuk Hall of Famer Cal Ripken Jr., die dat jaar AL MVP werd. In ’96 en ’97 werden ook nog de playoffs bereikt, maar toen kwamen de Orioles niet verder dan de ALCS.

2010: Jong team met veel ‘upside’
Na het verlies in de ALCS in 1997 werden de Orioles nog maar een keer niet laatste of voorlaatste in de AL East, in 2004 werden ze derde. Het seizoen 2010 begon dramatisch voor de O’s. Onder leiding van manager Dave Trembley begonnen zij het seizoen met een record van 2-16. Trembley (15-39) werd al snel ontslagen, maar onder leiding van interim manager Juan Samuel ging het niet veel beter. Hij werd na 51 wedstrijden (17-34) ontslagen en vervangen door Buck Showalter. De ervaren manager, die de afgelopen seizoenen analist was bij ESPN Baseball Tonight, kreeg het team aan de praat. Onder zijn leiding won het team meer wedstrijden dan het verloor (34-23) en lieten de O’s zien over een aantal goede jonge talenten te beschikken. De gemiddelde leeftijd van de Orioles was in 2010 28,5, redelijk jong voor een Major League team.

De Orioles eindigden met een record van 66-96 op de laatste plaats en hadden logischerwijs vooral moeite met de wedstrijden tegen hun division rivals (24-48). De slagploeg scoorde de minste runs van alle teams in de AL (613), ze sloegen 1440 hits (8e), waarvan 133 home runs (10e). Het team batting average was .259, ze kregen 1056 keer drie slag en slechts 424 keer vier wijd.

Ook de pitching was niet erg sterk in 2010 met een ERA van 4.59 eindigden ze op de 14e plaats in de American League. De pitchers gooiden 1007 keer drie slag en 520 keer vier wijd. Het aantal hits (1508) dat de pitchers van de Orioles opgaf, was goed voor een 14e plaats.

Adam Jones, Nick Markakis en Luke Scott waren de beste aanvallende spelers bij de O’s. De jonge Jones sloeg .284 met 19 home runs en 69 RBIs. Markakis kwam als enige in de buurt van .300 met .297 en Luke Scott had de beste power numbers met 27 home runs en 72 RBIs. Jeremy Guthrie was de beste pitcher van Baltimore. In 209 innings kwam hij tot een record van 11-14 met een ERA van 3.83.

Matt Wieters, met zijn 24 jaar op papier het grootste talent van de Orioles, viel wat tegen dit jaar. De catcher deed het defensief goef, maar aanvallend werd meer van hem verwacht. Hij kwam uiteindelijk tot een slaggemiddelde van .249 met 11 home runs en 55 RBIs in zijn eerste volledige seizoen in de Majors. Van hem mag in 2011 meer verwacht worden.

Hieronder zie je Rick van den Hurk in actie voor de Orioles. Hij kwam halverwege het seizoen over in een trade met de Marlins en speelde zeven wedstrijden voor de O’s (6 in relief, 1 als starter).


2011: Veel nieuwe gezichten
Aan het jonge team, dat onder leiding van Showalter richting het einde van het seizoen opleefde, werd een aantal grote namen toegevoegd. In trades kwamen korte stop J.J. Hardy en derde honkman Mark Reynolds en via free agency werden eerste honkman Derrek Lee en reliever Kevin Gregg toegevoegd aan het roster. De Orioles zijn nog volop in de race om de diensten van aangewezen slagman Vladimir Guererro. Dit zou nog een mooie toevoeging zijn aan het team waar de belangrijkste vertekkende spelers Julio Lugo en en Ty Wigginton waren.

Het infield van de Orioles ziet er in 2011 veel sterker uit: Derrek Lee (1B), Brian Roberts (2B), J.J. Hardy (SS) en Mark Reynolds (3B). Matt Wieters blijft de startende catcher en heeft Jake Fox als back-up. In het outfield spelen Felix Pie/Nolan Reimold (LF), Adam Jones (CF) en Nick Markakis (RF). Luke Scott is de DH, maar hij zal bij het aantrekken van ‘Vlad’ in het linksveld gaan spelen, omdat Guererro dan de DH zal worden.

De starting rotation van de Orioles bestaat volgend seizoen uit Jeremy Guthrie, Brian Matusz, Jake Arrieta, Chris Tillman en Brad Bergesen. De bullpen is met de komst van Kevin Gregg sterker geworden. Gregg, Koji Uehara en Alfredo Simon (als hij tenminste wordt vrijgesproken) zullen in Spring Training strijden om de positie als closer. De twee ‘verliezers’ zullen samen met Jim Johnson, Jeremy Accardo en hopelijk Rick van den Hurk de closer ondersteunen. UPDATE: De Orioles hebben zojuist Justin Duchscherer aangetrokken. Hij zal, mits fit, een plek in de starting rotation krijgen. Chris Tillman zal waarschijnlijk het kind van de rekening worden en teruggestuurd worden naar Triple-A.

De Orioles zien er een stuk sterker uit en zouden met een beter record moeten eindigen dan in 2010, maar ze zitten nog steeds in de sterkste division die er is. Misschien dat ze dit jaar wel vierde kunnen worden, maar de Red Sox, Rays en Yankees lijken nog altijd sterker. Zonder er zelf in mee te doen, gaan ze wel een grote rol spelen in de race om de playoffs, want ze spelen erg veel wedstrijden tegen New York, Boston en Tampa Bay. Als ze er meer kunnen winnen dan het afgelopen seizoen wordt de race bovenin de AL East nog spannender dan de afgelopen jaren. Laat in de poll weten wat jij van Baltimore verwacht in 2011.

30 teams in 30 days: San Francisco Giants

Het laatste team uit de National League is San Francisco, de winnaars van de World Series. De Giants wonnen in 2010 hun eerste titel sinds 1954, toen zij nog in New York speelden. In 1954 waren Willie Mays en Bobby Thompson de beste spelers en Leo Durocher de manager.

2010: ‘Misfits and castoffs’ win World Series
Afgelopen seizoen bestond de selectie van de Giants eigenlijk uit alles behalve grote sterren. Natuurlijk.. Barry Zito was ooit een hele goede starter, maar stond de laatste jaren te boeken als de meest overbetaalde pitcher in de MLB. Jonathan Sanchez gooide in 2009 een no-hitter, maar was toch nog nooit helemaal doorgebroken. De enige echte ster op het roster van de Giants was Tim Lincecum, die in 2008 en 2009 de NL Cy Young Award won. Lincecum begon het jaar echter niet goed, dus de Giants fans verwachtten weinig van het seizoen 2010. De mazzel van de Giants was dat de concurrentie nooit uitliep en dat zij in het seizoen konden groeien. Pas in de maand september begon het er echt op te lijken dat de Giants de playoffs gingen halen. Ze hadden in deze maand een record van 18-8 en omdat de Padres, die eerste stonden, het in de laatste weken niet goed deden, pakten de Giants de NL West. In de playoffs waren het de pitchers (Lincecum, Cain, Bumgarner en Wilson) en een aantal misfits (Huff, Ross, Uribe en Renteria) die ervoor zorgden dat de Giants de Braves, Phillies en Rangers konden verslaan en de titel konden pakken.

De Giants eindigden het seizoen met een record van 92-70 en wonnen de NL West. De slagploeg deed het aardig, maar het team won vooral dankzij goede pitching. De Giants scoorden 697 runs (9e in de NL), ze sloegen 1411 hits (7e), waarvan 162 home runs (6e). Dit was goed voor een team average van .257 (8e). De slagmensen gingen 1099 keer met drie slag naar de kant en kregen maar 487 keer vier wijd.

De pitching was dus de motor van dit team. Het team ERA was 3.36 en de pitchers gooiden 1331 keer drie slag en stonden slechts 578 vrije lopen toe, goed voor respectievelijk de 1e, 1e en 2e plaats in de National League.

Rookie Buster Posey was de grootste ster van het team. Zijn call up – op 29 mei – zorgde voor een soort ommekeer bij de Giants, die tot op dat moment nog weinig hadden laten zien in 2010. Hij begon als eerste honkman, omdat de Giants Bengie Molina nog achter de plaat hadden. Nadat Molina in een trade naar de Rangers was gestuurd, werd Posey de vaste catcher in San Fran. Bosey sloeg uiteindelijk .305 met 18 home runs en 67 RBIs. Het leverde hem niet alleen een trip naar de World Series op, maar hij werd ook de Rookie of the Year in de National League.

Bij de Giants mag je eigenlijk niet spreken van tegenvallers in 2010. Van dit team werd weinig verwacht en uiteindelijk wonnen ze de World Series. In onderstaand filmpje wordt op een mooie manier uitgelegd hoe de Giants in de World Series kwamen en wat het betekent voor de fans in San Francisco.

2011: Waarschijnlijk geen herhaling van zetten
Hoewel er niet heel veel verandert in de selectie, lijkt de kans klein dat er in 2011 weer zo’n stunt in zit voor de Giants. Juan Uribe en Edgar Renteria vertrokken en Miguel Tejada werd aangetrokken. De ploeg van manager Bochy speelt natuurlijk wel in de meest onvoorspelbare division van allemaal en de kans bestaat altijd dat zij zich weer kunnen plaatsen voor de playoffs. In de playoffs komen ze waarschijnlijk wel veel sterkere teams tegen, zoals bijvoorbeeld de Phillies. Natuurlijk kan er ook in 2011 weer van alles gebeuren – misschien is het geluk van de ‘lucky thong’ van Aubrey Huff nog niet uitgewerkt -, maar ik zou mijn geld niet op de Giants zetten in 2011.

De rotation blijft sterk met aan het hoofd ace Tim Lincecum. Matt Cain, Madison Bumgarner, Jonathan Sanchez en Barry Zito/Jeff Suppan completeren de rotatie. In de bullpen verandert niets. Brian Wilson blijft de markante closer en wordt bijgestaan door Sergio Romo, Jeremy Affeldt, Santiago Casilla en Javier Lopez.

Het infield bestaat uit Huff (1B), Freddy Sanchez (2B), Miguel Tejada (SS) en Pablo ‘Kung Fu Panda’ Sandoval (3B). Buster Posey is uiteraard ook in 2011 de catcher. In het outfield staat Mark DeRosa in het linksveld naast Andres Torres (CF) en postseason ster Cody Ross (RF). De volledige depth chart van de Giants vind je hier.

Laat via de poll weten of jij denkt dat de Giants in staat zijn om hun kunststukje te herhalen of niet.

30 teams in 30 days: San Diego Padres

De San Diego Padres wonnen nog nooit de World Series. Sinds hun oprichting, in 1969, stonden zij twee keer in de Fall Classic, maar de Tigers (1984) en de Yankees (1998) bleken te sterk. Na 1998 wonnen de Padres nog twee keer de NL West in 2005 en 2006, maar kwamen niet verder dan de division series.

2010: 1 win te weinig
Het was een goed seizoen voor de Padres, die in totaal 131 wedstrijden op de eerste plaats stonden. Op het hoogtepunt van hun seizoen stonden ze zelfs 6.5 wedstrijd voor op de nummer twee in de NL West. Ze verspeelden hun eerste plaats en de Wild Card in de laatste tien wedstrijden, waarvan zij er slechts vijf wisten te winnen. De Giants, de latere World Series winnaars, gingen er met de NL West vandoor en de Braves pakten de Wild Card. De Padres eindigden het seizoen met een record van 90-72. Ze scoorden maar 655 runs (12e in de NL), ze sloegen 1338 hits (15e), waarvan 132 home runs (12e) en hadden een gezamenlijk slaggemiddelde van .246 (15e). Dit team won zijn wedstrijden dus voornamelijk vanwege goede pitching. Het team ERA van 3.41 was het tweede beste in de National League. De pitchers gooiden 1295 keer drie slag en 517 ker vier wijd. Vier van de startende werpers wonnen 10 of meer wedstrijden en de closer pakte 47 saves.

Adrian Gonzalez, Mat Latos en Heath Bell staken boven de rest uit in San Diego. Gonzalez was de enige slagman die in de buurt kwam van de .300 met .298 en was de enige slagman met meer dan 13 home runs (30) en met 101 had hij bijna twee keer zoveel RBIs als nummer twee Will Venables (51). Mat Latos was als 22-jarige de ace van de Padres. Hij ging 14-10 met een ERA van 2.92 en gooide 189 strikeouts in 180 innings. Heath Bell was de closer en pakte, zoals gezegd, 47 saves. Hij gooide 86 keer drie slag in 70 innings.

Er waren geen grote tegenvallers bij de Padres. De slagploeg was als geheel niet goed, maar je mocht van deze spelers simpelweg niet meer verwachten.

2011: helemaal opnieuw beginnen
De Padres waren betrokken bij een van de meest besproken transacties van deze winter. Ze stuurden in een trade Adrian Gonzalez naar de Boston Red Sox in ruil voor Casey Kelly (SP), Anthony Rizzo (1B), Reymond Fuentes (CF) en Eric Patterson (OF). De Padres raakten zo hun enige goede slagman kwijt en voegden een aantal grote talenten toe, waarvan Kelly het meest ‘Major League ready’ lijkt te zijn. Via trades trokken ze Cameron Maybin (OF) en Jason Bartlett (SS) aan en Orlando Hudson (2B), Jorge Cantu (1B), Dustin Moseley (SP), Gregg Zaun (C), Chad Qualls (RP), Aaron Harang (SP) en Brad Hawpe (1B/RF) aan.

De Padres zijn aan het ‘rebuilden’ en de kans lijkt daarom groot dat ze rond de trade deadline nog zullen proberen een aantal talenten binnen te halen in een trade voor closer Heath Bell. Op die manier hopen ze over een aantal jaren weer terug te keren aan de top.

De rotation van de Padres bestaat uit Mat Latos, Clayton Richard en Wade Leblanc. Aaron Harang, Dustin Moseley, Tim Stauffer en Cory Luebke zullen om de laatste twee plaatsen strijden in Spring Training. Heath Bell is voorlopig nog de closer en wordt in de bullpen bijgestaan door Luke Gregerson, Mike Adams, Joe Thatcher, Chad Qualls en Ernesto Frieri.

In het infield strijden Brad Hawpe, Jorge Cantu en Kyle Blanks om de positie van startende eerste honkman. Het middle infield bestaat uit nieuwe spelers Jason Bartlett en Orlando Hudson. Chase Headley is de derde honkman en Nick Hundley is de catcher en Gregg Zaun wordt waarschijnlijk zijn back-up.

Ryan Ludwick (LF), Cameron Maybin (CF) en Will Venables (RF) vormen het outfield. Chris Denorfia en Aaron Cunningham worden waarschijnlijk de vierde en vijfde outfielders. De volledige depth chart van de Padres vind je hier.

Van de Padres hoeven we in 2011 weinig te verwachten. Ze zijn hun beste speler kwijtgeraakt en zullen zeer waarschijnlijk ook hun closer traden halverwege het seizoen. De pitching en de nieuwe keystone zullen ervoor zorgen dat het geen dramatisch seizoen wordt. Laat via de poll weten wat jij van San Diego verwacht in 2011.

30 teams in 30 days: Los Angeles Dodgers

De Los Angeles Dodgers, het derde team uit de NL West, kwamen net als de Giants over uit New York en hebben een rijke historie. Pee Wee Reese, Duke Snider, Sandy Koufax, Roy Campanella, Tommy Lasorda en natuurlijk Jackie Robinson zijn de grootste namen uit de geschiedenis van de Dodgers.

2010: Het afscheid van een toekomstig Hall of Fame manager
De Dodgers staan de laatste jaren elk seizoen tussen de favorieten om de NL West te winnen. Sinds 2004 wonnen ze de division drie keer en bereikten zij de playoffs vier keer. In 2008 en 2009 haalden zij de NLCS, maar twee keer verloren ze van de Phillies. 2010 was het laatste jaar in het contract van coach Joe Torre en in Los Angeles hoopten zij met een World Series titel afscheid van hem te kunnen nemen. Zover kwam het niet. De Dodgers eindigden het seizoen met een losing record (80-82) op de vierde plaats.

De slagploeg van de Dodgers kwam tot 667 runs (11e in de NL), 1368 hits (10e), waarvan 120 home runs (15e). Het team average was .252 (10e). Ze kregen 1184 keer drie slag en 533 keer vier wijd. De pitchers deden het iets beter met een team ERA van 4.01 (7e). Ze gooiden 1274 keer drie slag (3e), maar stonden ook 539 vrije lopen toe (9e).

Andre Ethier en Clayton Kershaw waren de beste spelers aan de kant van de Dodgers in 2010. Ethier sloeg .292 met 23 home runs, 82 RBIs en veel clutch basehits. Kershaw ging 13-10 met een ERA van 2.91 en 212 K’s. Een ander lichtpuntje voor Los Angeles was Kenley Jansen. Jansen maakte op 24 juli in een wedstrijd tegen de New York Mets zijn debuut. Hij gooide in een perfect inning en maakte van de drie slagmensen die hij tegen over zich kreeg twee man uit met drie slag. De volgende dag werd hij door manager Joe Torre ingezet als closer en pakt hij zijn eerste Major League save. Hij liet dus een goede eerste indruk achter en bleef de rest van het seizoen in de Major League. Uiteindelijk kwam hij uit in 25 wedstrijden voor de Dodgers waarin hij in 27 innings tot een ERA van 0.67 (!) kwam, 1 wedstrijd won, 41 strikeouts gooide en 4 saves pakte.

De grote tegenvallers bij de Dodgers waren Manny Ramirez, Matt Kemp en Jonathon Broxton. Ramirez sloeg wel voor een average van .311 maar kwam tot slechts 8 home runs. Het zorgde ervoor dat hij voor de trade deadline in een trade naar de White Sox gestuurd werd. Van Matt Kemp, een van de grootste talenten van de afgelopen jaren, werd dit seizoen erg veel verwacht. Zijn slaggemiddelde was echter bijna 50 punten later dan in 2009 (.249), hij sloeg 30 hits minder dan een jaar geleden (150) en kreeg veel meer strikeouts (170). Ook Broxton viel tegen in vergelijking met 2009. Hij pakte slechts 22 saves (36 in 2009), had een ERA van 4.04 (2.61 in 2009) en gooide maar 73 strikeouts, waar dat er in 2009 nog 113 waren. Het zorgde ervoor dat Broxton halverwege het seizoen zijn closer job kwijt was aan Hong-Chi Kuo totdat hij weer liet zien zijn vorm terug gevonden te hebben aan het einde van het seizoen.

2011: Nieuw tijdperk
Het tijdperk Joe Torre is ten einde. Hij nam afscheid als manager van de Dodgers en de MLB met een career record van 2326-1997. Torre, vijfde op de ranglijst van managers met meeste wins als manager aller tijden, wordt opgevolgd door Don Mattingly. Mattingly is jarenlang de rechter hand van Joe Torre geweest, eerst bij de Yankees en later bij de Dodgers, en krijgt nu de kans om zichzelf te bewijzen als manager.

De Dodgers waren geen grote ‘players’ deze winter. Ze trokken geen grote namen aan, maar wel nuttige spelers. Jon Garland, Juan Uribe, Rod Barajas, Tony Gwynn Jr., Dioner Navarro, Matt Guerrier, Tim Redding en Marcus Thames kregen een contract. Russel Martin, George Sherril, Reed Johnson en Scott Podsednik vertrokken.

De starting rotation van de Dodgers bestaat in 2011 uit Clayton Kershaw, Chad Billingsley, Jon Garland, Ted Lilly en Hiroki Kuroda. Ook Vicente Padilla krijgt tijdens Spring Training de kans een plek in de rotation te veroveren. In de bullpen is Broxton weer de closer. Hij wordt bijgestaan door Matt Guerrier, Hong-Chi Kuo, Kenley Jansen, Carlos Monasterios en Ronald Belisario.

Het infield zal bestaan uit James Loney (1B), Juan Uribe (2B), Rafael Furcal (SS) en Casey Blake (3B), Jamey Carroll is de back-up infielder. Dioner Navarro en Rod Barajas zullen in Spring Training strijden om de plek van eerste catcher. De verliezer wordt vanzelfsprekend de back-up catcher. Het outfield wordt gevormd door Andre Ethier (RF), Matt Kemp (CF) en de winnaar van het gevecht in Spring Training tussen Tony Gwynn Jr., Marcus Thames, Jay Gibbons en rookie Jerry Sands in het linksveld.

Met dit team moeten de Dodgers in staat zijn om lang mee te strijden voor de titel in de NL West. Vooral de pitching ziet er dit jaar sterk uit. Laat via de poll weten wat jij van de Dodgers verwacht in 2011.

30 teams in 30 days: Colorado Rockies

De Rockies zijn op basis van alfabetische volgorde het tweede team in de NL West. Colorado stond in 2007 nog in de World Series, na een van de meest krankzinnige playoff races aller tijden. Sindsdien wisselen ze goede seizoenen af met slechte seizoenen. In 2009 wonnen ze opnieuw de Wild Card, maar werden ze uitgeschakeld door de Phillies in de NLDS.

2010: Niet goed, niet slecht
Geheel volgens de traditie, die in 2007 werd ingezet, bereikten de Rockies in een even jaar de playoffs niet. Met een record van 83-79 eindigden de Rockies op de derde plaats in de NL West. Lange tijd waren ze in de race voor zowel de titel van de NL West als de Wild Card, maar van de laatste tien wedstrijden gingen er negen verloren, waardoor ze uiteindelijk in beide races kansloos waren. De slagploeg was goed, maar dat viel natuurlijk te verwachten aangezien zij 81 wedstrijden in Coors Field spelen. In de meeste aanvallende categorieën eindigden ze in top vijf van de National League. Ze scoorden 770 punten, sloegen 1452 hits, waarvan 172 home runs en hadden een team average van .263. De Rockies kregen wel te vaak drie slag: 1274 keer moest een slagman van de Rockies met drie slag naar de kant.

De pitching staff deed het redelijk. Waar de slagploeg voordeel heeft van het spelen in Colorado, is dat voor de pitchers natuurlijk een nadeel. Het team ERA was 4.44, het vijfde hoogste in de National League. De pitchers gooiden 1234 strikeouts en gooiden 525 keer vier wijd. Slechts twee pitchers wonnen meer dan tien wedstrijden en eindigden met een winning record. Dat was dit jaar het grootste probleem van de Rockies, de pitchers waren niet goed genoeg om de playoffs te bereiken.

De beste spelers van de Rockies waren dit jaar Carlos Gonzalez, Troy Tulowitzki en Ubaldo Jimenez. Carlos Gonzalez was lang in de race voor de Triple Crown. Hij werd uiteindelijk wel league leader in batting average (.336), maar eindigde achter Pujols en drie anderen op de vierde plaats in home runs (34) en eindigde achter dezelfde Pujols tweede in RBIs (117). In de MVP race werd hij derde. Tulowitzki sloeg .315 met 27 home runs en 95 RBIs, maar zal voor dit seizoen vooral herinnerd worden door zijn sterke maand september waarin hij 15 home runs sloeg en 40 RBIs had.
Ubaldo Jimenez begon het seizoen fenomenaal met o.a. een no-hitter tegen de Braves op 17 april. Hij kwam uit op een record van 19-8 met een ERA van 2.88. Goed voor de derde plaats in de Cy Young Award voting.

Todd Helton en Brad Hawpe waren de tegenvallers bij de Rockies in 2010. Helton heeft een grote staat van dienst en is het afgelopen decennium het gezicht van de Rockies geweest. Dit jaar kwam hij maar tot een slaggemiddelde van .256 met 8 home runs en 37 RBIs. Brad Hawpe was in de afgelopen seizoenen een van de drijvende krachten van de Rockies, maar in 2010 sloeg hij .255 met 7 home runs en 37 RBIs voordat hij in een trade naar Tampa Bay werd gestuurd.

Beelden van de no-hitter van Ubaldo Jimenez tegen de Braves, geschoten vanuit het publiek.

2011: Terug in de playoffs?
Als de trend van de afgelopen jaren doorgezet wordt, zullen we de Rockies in een oneven jaar weer in de playoffs verschijnen. Om ervoor te zorgen dat dit zal gebeuren werden de contracten van Troy Tulowitzki en Carlos Gonzalez respectievelijk met tien en zeven jaar verlengd. Tweede honkman Clint Barmes werd naar de Astros gestuurd in ruil voor pitcher Felipe Paulino. Om het gat op het tweede honk op te vullen werd vervolgens Jose Lopez van de Mariners via een trade gehaald in ruil voor minor leaguer Chaz Roe. Matt Lindstrom kwam van de Astros om de bullpen te versterken. Jason Giambi en Joe Crede kregen een minor league contract met de mogelijkheid om zich tijdens Spring Training in de kijker te spelen.

In de starting rotation verandert dit jaar weinig. Ubaldo Jimenez is de ace, Jorge De La Rosa, Jason Hammel, Aaron Cook en Jhoulys Chacin completeren de rotatie. Ook in de bullpen verandert weinig. Alleen Matt Lindstrom werd toegevoegd aan een bullpen, die wordt aangevoerd door closer Huston Street. Lindstrom, Matt Belisle, Rafael Betancourt, Matt Reynolds en Franklin Morales completeren de bullpen.

Het infield bestaat uit Todd Helton/Ty Wigginton (1B), Jose Lopez/Eric  Young Jr. (2B), Troy Tulowitzki (SS) en Ian Stewart (3B). Chris Iannetta is de catcher en Jose Morales is zijn back-up. In het outfield staat uiteraard Carlos Gonzalez in het rechtsveld, de razendsnelle Dexter Fowler is de centerfielder en het linksveld wordt bezet door Seth Smith. De volledige depth chart van de Rockies vind je hier.

Of de Rockies in 2011 terug kunnen keren in de playoffs zal vooral afhangen van de starting pitchers. De bullpen is versterkt, de slagploeg is nog altijd sterk, maar de startende werpers zullen het beter moeten doen dan vorig seizoen. Jorge De La Rosa en Jhoulys Chacin zijn in staat om, als zij dit jaar fit kunnen blijven, de rotation naar het benodigde niveau te tillen. De race in de NL West is al jaren een open race, waarin elk jaar weer twee of drie teams een kans maken. De Rockies maken in 2011 zeker weer kans op de playoffs. Laat via de poll weten wat jij van de Rockies verwacht in 2011.

Mike Napoli traded for the second time in four days

Afgelopen vrijdag werd hij door de Angels nog samen met Juan Rivera naar de Blue Jays gestuurd in ruil voor outfielder Vernon Wells. Het is voor de catcher, die ook op het eerste honk kan spelen, te hopen dat hij zijn koffers nog niet had uitgepakt, want op dinsdag werd hij al weer naar de Rangers gestuurd in ruil voor reliever Frank Francisco.

Napoli sloeg vorig seizoen .238 met 26 home runs en 68 RBIs en speelde iets meer wedstrijden op het eerste honk dan als catcher. Voor de Rangers vult hij het gat op dat Bengie Molina achterliet na zijn vertrek uit Texas na de World Series. Napoli zal eerste honk spelen op dagen dat de tegenstander een linkshandige werper op de heuvel heeft staan, omdat de linkshandige eerste honkman Moreland moeite heeft met slaan op lefties. Met Napoli voegen de Rangers, de grote rivaal van zijn oude team de Angels, een nieuwe ‘power bat’ toe aan de lineup. Eerder tekende Adrian Beltre al een nieuw contract en ze hadden al de beschikking over MVP Josh Hamilton, Nelson Cruz, Michael Young en Ian Kinsler.

Francisco is de laatste toevoeging in de nieuwe bullpen van de Blue Jays. Eerder werden al Octavio Dotel en Jon Rauch toegevoegd aan een bullpen waar ook Jason Frasor deel van uitmaakt. Deze vier werpers zullen tijdens Spring Training vechten om de closer positie. Francisco had vorig jaar een 6-4 record met een ERA van 3.76 en 2 saves voordat hij de closer positie verloor aan fenomeen Neftali Feliz.

Sabermetrics part 4

In het vierde en voorlopig voorlaatste deel van de serie Sabermetrics behandel ik ERA+, OPS+ en Clutch. Tot nu toe kwam er elke dinsdag in de maand januari een deel uit in deze serie. Vorige week werden wOBA, WE en WPA behandeld. Een overzicht van alle behandelde Sabermetrics vind je hier.

ERA+ en OPS+
Sabermetricians vinden ERA+ en OPS+ nuttiger bij het vergelijken van spelers dan het ouderwetse ERA en OPS zelf. ERA+ vergelijkt het ERA van de pitcher met het gemiddelde ERA in de league. OPS+ doet hetzelfde met het gemiddelde OPS van de league. Bovendien worden de verschillen tussen alle stadions waarin spelers spelen. Sommige stadions zijn ‘pitcher friendly’ andere stadions zijn juist ‘hitter friendly’. Coors Field staat bijvoorbeeld bekend om de ijle lucht waardoor geslagen ballen verder lijken te gaan. Het is vaak in de stats van spelers te zien dat zij in Colorado spelen. Slagmensen hebben hogere slaggemiddeldes en meer home runs en pitchers hebben hogere ERA’s. Sommige stadions zijn ook gewoon groter dan andere stadions het is moeilijker om een home run te slaan in Comerica Park dan in Yankee Stadium. Omdat deze factoren meewegen bij het berekenen van ERA+ en OPS+ kun je op een eerlijke manier spelers vergelijken.

Het league average waarmee de spelers vergeleken worden veranderd elk jaar. Door de jaren heen liggen deze gemiddeldes nu eenmaal ver uit elkaar. Rond 1900 lagen de slaggemiddeldes hoger dan ze tegenwoordig liggen, het OPS lag daarom automatisch ook hoger. In 1968 won Carl Yastrzemski de batting title met een slaggemiddelde van .301, iets wat tegenwoordig ondenkbaar is. Deze verschillen tussen tijdperken in de honkbalgeschiedenis worden met deze sabermetrics opgevangen omdat ze de spelers met het league average vergelijken.

Het gemiddelde ERA+ en OPS+ wordt aangeduid met 100. Als een speler daaronder zit, heeft hij een slecht seizoen gedraaid. Als een pitcher een ERA+ van 120 had, betekent dat dat hij het afgelopen seizoen 20% beter was dan de gemiddelde werper in dat seizoen.

Om de werking van OPS+ te illustreren, gebruik ik de volgende drie seizoenen van spelers, die we voor het gemak Speler A, B en C noemen. Welke van onderstaande seizoenen zou je op basis van deze ‘ouderwetse’ stats het beste noemen?
Speler A: .313 BA, 58 HR, 149 RBI, .425 OBP, .659 SLG.
Speler B: .317 BA, 40 HR, 110 RBI, .404 OBP, .632 SLG.
Speler C: .386 BA, 40 HR, 170 RBI, .436 OBP, .687 SLG.

Op het eerste gezicht koos ik voor het speler C. Hij sloeg weliswaar iets minder homeruns dan Speler A, maar was in alle andere stats beter. Speler B kwam bij mij op de derde plaats, maar als je het OPS+ van deze spelers uitrekent, kom je op een hele andere uitslag:
Speler A: 167
Speler B: 181
Speler C: 159

Duidelijk is dat alledrie de spelers een geweldig seizoen hadden (mimimaal 59% beter dan de gemiddelde speler), maar speler B scoorde het hoogst. Dit heeft alles te maken met het gemiddelde OPS in de league in de betreffende seizoenen. In het seizoen van Speler B waren de punten duidelijk schaarser dan in de andere twee seizoenen. Voor de duidelijkheid: deze drie spelers waren alledrie bekende Phillies in verschillende tijdperken. Speler A is Ryan Howard in 2006, Speler B is Dick Allen in 1966 en Speler C is Chuck Klein 1929.

Clutch
Iedere honkbalfan kent het woord clutch, maar wat betekent het nou precies? Een clutch hitter wordt op Wikipedia alsvolgt omschreven: “A clutch hitter is a baseball player with a knack for coming up with the “big” hit. The big hit is typically a game-deciding hit, sometimes a home run, often coming with two outs.” Clutch zijn, betekent dus dat een speler op belangrijke momenten, laat in de wedstrijd, doorkomt met een belangrijke actie waarmee hij de wedstrijd voor zijn team op positieve wijze beinvloed. Deze ‘clutchness’ kun je nu ook meten met de sabermetric Clutch, maar hoe?

Vorige week behandelde ik al WPA (Win Probability Added). WPA meet in hoeverre een speler heeft bijgedragen aan de Win Expectancy (eveneens vorige week behandeld) van zijn team. Om Clutch uit te rekenen neem je het WPA en trek je daar het WPA/LI vanaf. LI staat hierbij voor Leverage Index en meet de druk die een speler ondergaat in een bepaalde situatie. Een slagbeurt met een man op het tweede honk met twee uit in de negende inning en een 3-2 achterstand brengt natuurlijk meer druk met zich mee dan een slagbeurt met 1 uit, een loper op het eerste honk een een 6-0 voorsprong in de vierde inning. Omdat sommige spelers nu eenmaal meer in belangrijke situaties aan slag komen dan anderen kan hun WPA hoger zijn dan dat van anderen. WPA/LI wordt ook wel Context Neutral Wins genoemd en meet dus de WPA onafhankelijk van de situaties waarin de spelers aan slag kwamen. Om Clutch in een getal uit te drukken moet je dus het WPA verminderen met het WPA/LI. Als een speler dan nog een positief getal heeft, was hij in dat jaar clutch. Heeft hij een negatieve uitkomst dan was hij in het betreffende seizoen niet goed in belangrijke situaties. De meeste spelers scoren tussen de -1 en de 1, maar er zijn elk seizoen wel een paar spelers die er boven (of onder) uit steken. In 2010 was Michael Bourn het beste in ‘clutch situations’ met een score van 2.20, B.J. Upton deed het een stuk minder goed en had de slechtste score met -2.44.

Volgende week het laatste deel van deze serie over projections, stats waarmee sabermetricians voorspellen hoe spelers het komende seizoen zullen presteren.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.